vlag vlag

Friese bedrijfsmolens

De zeemtouwersmolen bij Workum

In 1783 verhuurden de drie zwagers Jan Gerbens Kingma (1740-1806), Harmen Pytters1 (1741-1808) en Pieter Siedses2 (de laatste te Leeuwarden), “een zeemtouwers-moolen en blootery” met toebehoren in Workum3. Vijf jaar later verhuurden Jan Sybrens Kingma en Harmen Pieters dezelfde zeemtouwersmolen met pak- en werkhuizen en een woonhuis4.

De “zeemsleepmolen” bracht in 1808 per jaar 3600 gulden op5. Sinds 1817 had eigenaar Evert Arend Everts (1778-1819), koopman en oud-burgemeester van Workum en eerder getrouwd geweest met Engel Baukes van Kingma6, een schuld bij de kinderen van Harmen Pieters [van Wetzinga]7. Als onderpand dienden daarbij een huis, tuin, erf, pakhuis en kaarsenmakerij met gereedschappen én de zeemtouwersmolen met pakhuis. Het is waarschijnlijk dat Everts, als aangetrouwd familielid, de molen van de Kingma’s heeft overgenomen.

In 1819 overleed Everts toen hij in Emden was en zijn nagelaten boedel werd failliet verklaard en crediteuren opgeroepen zich te melden8. De “zeemleermolen met een pakhuis” kwamen in de verkoop9. De uit Denemarken afkomstige Jurjen Schols (ca 1748-1826), met wie Everts voorheen ook al zaken had gedaan en die eveneens burgemeester was geworden, werd de nieuwe eigenaar10.

ZeemOAT

De zeemleermolen, sectie A no. 1087, op de kadastrale minuutplan van Workum (1827). Het noorden is rechtsboven en het brede water is de Diepe Dolte, die de stedelijke bebouwing begrensde.

Na diens overlijden liet de Duitser Johann Anthon Koch (1790-1836) in 1827 weten dat hij de zeemtouwerij en vellenbloterij van zijn schoonvader Jurjen Schols had overgenomen11. Het jaar daarop vroeg hij twee zeemtouwersknechten (“het Boomwerken goed verstaande”)12 en in 1831 werd hem een lening verstrekt met de zeemtouwersmolen als onderpand13. Voor het laatst vroeg hij in 1835 een zeemtouwersknecht14, maar een jaar later moest zijn weduwe Anna Sophia Schols (1792-1877) in de krant vragen om een bedrijfsleider15. Zelf bleek zij volgens haar testament “zeemlederbereider” te zijn16. In 1839 deed Anna de leermolen en zeemtouwerij over aan Harmen Lolkes Visser (1810-1863), die meteen ook weer een knecht vroeg17.

Visser nam in 1842 de kalkbranderij en (ros)cementmolen van zijn moeder over18 en verkocht toen de zeemleermolen voor 1505 gulden aan Nicolaas Habbema van Noord19. Na zes jaar besloot Habbema van Noord de molen weer te verkopen en meldde dat in de krant20:

Een zeer uitmuntende, welonderhoudene en in goede werking zijnde ZEEM-LEERMOLEN, staande en gelegen onmiddellijk aan het Water op het Zuidend der stad Workum, en aldaar gekwoteerd met wijk F, nummer 78, kadastraal geteekend sectie A, nummer 1087, hebbende een inhoudsgrootte van tien roede negentig el, voorzien van een WERKHUIS, zes KALKKUIPEN, BAKKEN, een groote koperen TRAANKETEL, en al wat verder daartoe en aanbehoort.

Naast dit alles werd nog een huis en een schoenmakerij met leerlooierij aangeboden. Koper werd de dokterszoon en fabrikant Tjipke Hiemstra (1820-1855)21, die in 1852 als zeemtouwer werd aangeduid22.

Tjipke kwam al jong te overlijden en zijn weduwe Fettje Potma (1819-1874) meldde prompt daarop in de krant: “De ZEEMTOUWERIJ zal op denzelfden voet continueren”.23 Toen een jaar later haar zoon Sybout overleed was haar kwalificatie “zeemtouwersbedrijf uitoefenende”24. Pas eind 1858 kwam het tot een verkoop25, zodat haar broer Lieuwe Hielke Potma (1824-1897) voor 2212 gulden de zeemtouwerij, met molen van 18 meter vlucht26, kon overnemen. Lieuwe was getrouwd met Anna Hiemstra, de zus van Tjipke, zodat er een dubbele familieband was. De vader van Fettje en Lieuwe, Albert Lieuwes Potma, was bovendien als administrateur over de failliete boedel Evert Arend Everts (zie noot 9) eerder ook al met de molen in aanraking gekomen.

Toen de belasting op het Gemaal in 1854 werd afgeschaft, was het makkelijker om een molen voor het malen van graan in te richten. Dat lijkt ook te zijn gebeurd met de zeemleermolen van Workum. Lieuwe Potma werd in 1864 notaris in Balk en liet dat jaar zijn huizen, stijfselmakerij, weiland en de “zeer sterk gebouwde WINDMOLEN, van 18 el vlugt, zijnde een Bovenkruijer, thans ingerigt tot Korenmolen, als zoodanig in volle werking, met KNECHTSWONING, Bergplaats en Erf” te koop aanbieden27. De plaatselijke aanduiding was toen nog steeds wijk F nummer 78.

De molen bleef echter, waarschijnlijk bij onderhandse verkoop, in de familie: nieuwe eigenaar was olieslager Harmen Potma (1817-1893), een broer van Lieuwe. De “rogmolen” werd voor hem bediend door knecht IJnte Visser (1827-1882). Toen die in het harnas stierf, plaatste Harmen Potma een advertentie om hem voor zijn trouwe diensten te bedanken28.

De korenmolen werkte ook voor het bemalen van de omgelegen landerijen. In 1867 beschreef men de polder en noteerde dat de kleine watermolen aldaar was vervangen: “de molen is de vroegere leermolen, thans rogmolen waaraan eene schroef in werking is gebragt”29. Bij de verkoop na het overlijden van Harmen Potma in 1894 werd de molen, nog steeds met 18 meter vlucht en nu in wijk G nr. 96 gelegen30, te koop aangeboden met de “Watermolenschroef”.

Bij deze verkoop werd de molen voor 1143 gulden het eigendom van de weduwe Wikje Pieters Ferwerda-Loonstra uit Blija31, maar zij zal hem ongetwijfeld hebben aangekocht voor haar zoon Pieter Johannes Ferwerda (geb. 1871), die daarna als molenaar in Workum woonde. In 1896 hertrouwde Wikje met de weduwnaar Teeke Andries Deinum (1838-1908), die daarna de zeggenschap over de molen had. In 1902 kocht Pieter de molen voor 1500 gulden van zijn stiefvader32. Na twee jaar kon hij de dorpskorenmolen in Koudum kopen en verkocht hij die wijk G nr. 96 te Workum aan Sine Rintjes Visser voor 1400 gulden33. Daarbij kwam naar voren dat er jaarlijks 80 gulden aan inkomsten was vanwege de bemaling van landerijen34. Ferwerda ging later in Koudum failliet35 en vertrok daarop naar Amerika (1923)36.

Zmmolen

De molen aan het begin van de vorige eeuw. Links de Hervormde Kerk, midden de toren van de Katholieke Kerk en rechts naast de molen de draaiende houtzaagmolen “de Koe”.

Sine Visser kocht de molen voor de handel en vond kort daarop in de grutter Jasper Steigstra uit Dirkshorn (geb. 1866 in Holwerd) een nieuwe eigenaar, waarbij hij een winst maakte van 226 gulden37. Steigstra zag zijn bezit op 16 april 1907 tot op de grond afbranden, omdat er rond acht uur ‘s-avonds een petroleumlamp in de molen was omgevallen38. Het perceel waar de molen op had gestaan verkocht hij later dat jaar voor 900 gulden aan Sytze Nijdam39.

Verwijzingen
  1. Man van Tjiets Gerbens Kingma (Tresoar, collectie doop-, trouw- en begraafboeken [DTB] nrs. 841 en 862, huwelijk 18 augustus 1779). Tjiets was de in 1756 geboren dochter van de koopman Gerbren Jans, DTB 856. De kinderen van Harmen namen de achternaam Van Wetzinga aan (Tresoar, Register van de familienamen 1811 Workum fol. 56vo.).
  2. Man van Baukjen Gerbens Kingma (DTB nrs. 841 en 862, huwelijk 12 april 1775. Baukjen was de in 1751 geboren dochter van Gerbren Jans, DTB 856.
  3. Leeuwarder Courant 25 oktober 1783.
  4. Leeuwarder Courant 2 december 1788
  5. G. Bakker, De sted Warkum, Bolsward 1967, p. 158.
  6. DTB nrs. 842 en 862, huwelijk 1 februari 1804. Everts was toen afkomstig van Joure en Engel (zie DTB 857) is de dochter van Bauke Durks en Sjoukje Gerbens (dochter van Gerbren Jans, DTB 855), dus een nichtje van Jan Gerbens Kingma. Engel Baukes Kingma overleed in 1808 en Evert hertrouwde op 17 augustus 1815 met Antje Jans Osinga uit Menaldum.
  7. Tresoar, Notarieel Archief [TNA] inv.nr. 72002 repertoire nr. 134 d.d. 8 december 1817.
  8. Leeuwarder Courant 18 mei 1819 en 25 juni 1819.
  9. Leeuwarder Courant 31 maart 1820.
  10. TNA inv.nr. 141013 repertoirenr. 972, 979, 983 en 985 d.d. 24 april 1820.
  11. Leeuwarder Courant 19 januari 1827.
  12. Leeuwarder Courant 26 december 1828.
  13. TNA inv.nr. 72013 repertoirenr. 18 d.d. 1 maart 1831.
  14. Leeuwarder Courant 9 januari 1835.
  15. Leeuwarder Courant 7 oktober 1836.
  16. TNA inv.nr. 62003 repertoirenr. 22 d.d. 25 maart 1839.
  17. Leeuwarder Courant 12 november 1839.
  18. Leeuwarder Courant 1 februari 1842.
  19. TNA inv.nr. 141030 repertoirenr. 25, 26 en 31 d.d. 25 maart 1842. De Leeuwarder Courant van 20 mei van dat jaar meldde: “Eigenaar geworden zijnde van den ZEEM- en LEERMOLEN te Workum, …, beveelt zich bij deze in de gunst van zijne Stad- en Landgenooten aan … N. HABBEMA VAN NOORD.”
  20. Leeuwarder Courant 11 augustus 1848.
  21. TNA inv.nr. 141036 repertoirenr. 99 en 106 d.d. 28 juli 1848.
  22. Tresoar, Memories van successie (TMS) 1852 inv.nr. 2055 dagregisternr. 1599 (overlijden Eke Harmens van Wetzinga).
  23. Leeuwarder Courant 27 maart 1855.
  24. TMS 1856 inv.nr. 2060 dagregisternr. 2926.
  25. TNA inv.nr. 141047 repertoirenr. 5 en 13 d.d. 7 januari 1859. De aankondiging stond in de Leeuwarder Courant van 17 december 1858.
  26. Leeuwarder Courant 18 januari 1859.
  27. Leeuwarder Courant 30 september 1864.
  28. Leeuwarder Courant 4 oktober 1882. Visser was toen 18 jaar in dienst geweest bij Potma.
  29. Tresoar, Archief provinciaal bestuur van Friesland 1813-1933 inv.nr. 3004.
  30. Leeuwarder Courant 19 januari 1894.
  31. TNA inv.nr. 141092 repertoirenrs. 9 en 12 d.d. 26 januari 1894.
  32. TNA inv.nr. 141103 repertoirenr. 45 d.d. 5 april 1902.
  33. TNA inv.nr. 141105 repertoirenr. 35 en 36 d.d. 18 maart 1904.
  34. Leeuwarder Courant 28 maart 1904.
  35. Leeuwarder Courant 26 januari 1923.
  36. "New York, Passenger Arrival Lists (Ellis Island), 1892-1924," index, FamilySearch (https://familysearch.org/ark:/61903/1:1:JN7X-DZV : accessed 17 April 2015), Pieter Ferwerda, 11 Nov 1923; citing departure port Rotterdam, arrival port New York, ship name Ryndam, NARA microfilm publication T715 and M237 (Washington D.C.: National Archives and Records Administration, n.d.).
  37. TNA inv.nr. 141105 repertoirenr. 77 d.d. 13 mei 1904.
  38. Leeuwarder Courant 18 april 1907.
  39. TNA inv.nr. 141109 repertoirenr. 163 d.d. 2 december 1907.